1

ONDERNEMERSOPLOSSINGEN

Rechtbank: zelfstandige in de bouw zou zonder ongeval tot AOW-leeftijd hebben doorgewerkt

De zaak draait om de schade die de ondernemer door het ongeval heeft geleden. Voor de vaststelling van het verlies aan verdienvermogen moest worden beoordeeld hoe lang hij zonder het ongeval waarschijnlijk in zijn onderneming zou zijn blijven werken. Over die hypothetische pensioenleeftijd verschilden de ondernemer en Achmea van mening.

Onderzoek naar pensioenleeftijd zelfstandigen
De rechtbank had eerder een deskundige benoemd om onderzoek te doen naar de leeftijd waarop zelfstandigen in de bouw doorgaans stoppen met werken. Uit het deskundigenonderzoek blijkt dat zelfstandigen in de bouw in 2021 gemiddeld op 68,1-jarige leeftijd met pensioen gingen.

Voor zelfstandigen in alle sectoren gold dat 53 procent na het bereiken van de AOW-leeftijd bleef doorwerken. Volgens de deskundige zijn er geen aanwijzingen dat de verdeling binnen de bouwsector daarvan sterk afwijkt.

Ook signaleerde de deskundige een stijgende pensioenleeftijd. Tussen 2002 en 2022 nam de gemiddelde pensioenleeftijd van zelfstandigen in de bouw toe van 64,6 naar 68,1 jaar. Wanneer die ontwikkeling wordt doorgetrokken naar 2034, zou de ondernemer mogelijk tot zijn 69e of 70e zijn blijven werken.

Standpunten over looptijd schade
De ondernemer stelde dat hij zonder het ongeval tot zijn 70e zou hebben doorgewerkt. Hij wees daarbij op de stijgende pensioenleeftijd van zelfstandigen in de bouw. Verder stelde hij slechts een marginaal aanvullend pensioen en geen lijfrentekapitaal van betekenis te hebben opgebouwd, waardoor eerder stoppen financieel niet voor de hand lag.

Achmea vond dat de looptijd aanzienlijk korter moest zijn. Volgens de verzekeraar moest rekening worden gehouden met lichamelijke klachten die al vóór het ongeval bestonden. Ook zou de ondernemer een pensioenvoorziening hebben opgebouwd en eerder een vergoeding van € 85.000 hebben ontvangen in verband met een medische fout. Achmea stelde daarom dat hij uiterlijk op 62-jarige leeftijd zou zijn gestopt.

Eerder letsel geen reden om pensioenleeftijd op 62 jaar te stellen
De rechtbank volgt Achmea niet in het standpunt dat de ondernemer vanwege zijn eerdere letsel al op 62-jarige leeftijd zou zijn uitgevallen. De ondernemer had na een eerder ongeval in 1996 weliswaar afwijkingen aan zijn enkels en voet en milde klachten, maar was vanaf 2005 opnieuw ongeveer acht jaar in zijn onderneming werkzaam geweest.

Volgens de rechtbank is daarom, de goede en kwade kansen afwegend, onvoldoende aannemelijk dat hij zonder het latere ongeval al ruim vóór zijn AOW-leeftijd zou zijn gestopt. Ook is niet gebleken dat hij over voldoende pensioenvermogen beschikte om zich dat financieel te kunnen veroorloven.

De eerder ontvangen vergoeding van € 85.000 maakt dat niet anders. Dat bedrag was bedoeld als vergoeding voor de schade als gevolg van een medische fout, waaronder smartengeld. Zonder nadere toelichting kan daaruit volgens de rechtbank niet worden afgeleid dat de ondernemer voldoende vermogen had om al op 62-jarige leeftijd met werken te stoppen.

Doorwerken na AOW-leeftijd niet waarschijnlijk
De rechtbank gaat echter ook niet mee in het standpunt van de ondernemer dat hij tot zijn 70e zou zijn blijven werken. Daarbij speelt mee dat maar iets meer dan de helft van de zelfstandigen na de AOW-leeftijd doorwerkt. De rechtbank acht het, gelet op het bestaande lichamelijke letsel en de reële kans dat de al aanwezige artrose in de toekomst klachten zou veroorzaken, niet waarschijnlijk dat deze ondernemer tot die groep zou hebben behoord.

Daarnaast blijkt uit het deskundigenonderzoek dat zelfstandigen met personeel gemiddeld eerder stoppen dan zelfstandigen zonder personeel. Het inschakelen van personeel zou daarom niet zonder meer betekenen dat de ondernemer langer had kunnen doorwerken. Ten slotte heeft de ondernemer niet inzichtelijk gemaakt hoe groot zijn opgebouwde lijfrente is, zodat de rechtbank niet kan beoordelen of een tekortschietende pensioenvoorziening hem zou hebben genoopt om na zijn AOW-leeftijd door te werken.

Tot AOW-leeftijd als uitgangspunt
Alles afwegend acht de rechtbank aannemelijk dat de ondernemer zonder het ongeval tot zijn AOW-leeftijd zou zijn blijven werken. Voor de berekening van het verlies aan verdienvermogen moet daarom worden uitgegaan van een looptijd tot 30 maart 2034, de datum waarop hij volgens de huidige uitgangspunten de AOW-leeftijd van 67 jaar en zes maanden bereikt.

Partijen krijgen nu eerst de gelegenheid om de schade wegens het verlies aan verdienvermogen in onderling overleg te berekenen. Komen zij daar niet uit, dan zal de rechtbank een deskundige benoemen om deze schadepost vast te stellen. De zaak staat op 19 augustus 2026 weer op de rol; iedere verdere beslissing is aangehouden.

Bron: letselschade.nu

« Terug naar overzicht

Klanttevredenheidsonderzoek scoort 8,7 »

©2015 Bureau Perplex  |   Sitemap   |  Disclaimer   |  Webdesign: Webton.nl